Ronde Tafel Sessie – Binnenklimaat in de zorg

Zorgaanbieders in Nederland zijn grootverbruikers van energie, water, voedsel, materialen en grondstoffen, en daarmee belastend voor het milieu. Om verduurzaming in de zorg te versnellen hebben zorginstellingen, overheden en bedrijven afspraken gemaakt in de Green Deal Duurzame Zorg. Een belangrijk aspect daarin is het terugdringen van de CO2-uitstoot en meer aandacht voor een gezonde leef- en werkomgeving, een duurzaam binnenklimaat dus. We bespreken de uitdagingen met een aantal experts op het gebied van HVAC in de zorg.

Binnen het programma Duurzame Zorg werken de Rijksoverheid, brancheorganisaties, zorgaanbieders en ambassadeurs samen aan een duurzame zorg. Zodat de zorg ook op lange termijn goed is voor mensen, voor de planeet en voor de welvaart. En dus niet leidt tot extra vervuiling of gezondheidsklachten. Zij hebben allemaal hun eigen rol bij de verduurzaming van de zorgsector. Meer dan 200 partijen hebben de Green Deal ondertekend. Zij hebben ieder hun eigen doelen, maar baseren die op de volgende vier afspraken: het terugdringen van de CO2-uitstoot met 49% in 2030 (ten opzichte van 1990) en volledig klimaatneutraal in 2050 (vergelijkbaar aan de doelstellingen uit het Klimaatakkoord). Daarnaast is het streven naar circulair en maatschappelijk verantwoord inkopen, minder medicijnen in het drinkwater en tot slot een gezonde werk- en leefomgeving voor zorgpersoneel en patiënten.

 

Manager vastgoed van het Bravis Ziekenhuis constateert toch wat uitdagingen die de Green Deal Duurzame Zorg met zich meebrengt, zoals het vinden van een goede balans tussen veiligheid en comfort enerzijds en een duurzaam energieverbruik anderzijds.

Martin Pieterse van Condair antwoordt: “Een logische stap in het terugdringen van de CO2-uitstoot is om afscheid te nemen van de stoominstallatie, een toestel dat veel energie verbruikt. Dat betekent dat er een alternatieve manier van bevochtigen nodig is. Deze is er in de vorm van elektrische bevochtiging, bijna plug-and-play te realiseren, er dient dan wel groene stroom gebruikt te worden. Adiabatisch bevochtigen is een andere mogelijkheid waarbij geothermie als duurzame energiebron gebruikt kan worden. Hierdoor heeft het lage operationele kosten en geeft het ook een koelend effect. Met het oog op hygiëne is er een hybridebevochtiger welke 100% hygiëne garantie geeft. Door middel van osmosewater, zilverionisatie en keramische panelen kan dit legionellaveilig, ziektekiemvrij. Bij pakket- of hogedrukbevochtiging is er geen hygiënische garantie af te geven. Dit heeft in het verleden een negatieve associatie opgeleverd voor adiabatische bevochtiging in de gezondheidszorg.”

Toine van den Boomen van Systemair

Toine van den Boomen van Systemair kan dat beamen en zegt: “In de zorg hebben we vaak te maken met ‘kennis uit de jaren negentig’. Dat verklaart in veel gevallen de koudwatervrees om nieuwe technieken te omarmen. De technieken zijn echter dermate geëvolueerd dat alle koudwatervrees onterecht is. Je zou bijna weer kunnen gaan recirculeren in een ziekenhuis, omdat de lucht heel gezond is, vaak beter nog dan wat we buiten inademen. Er zal meer aandacht moeten uitgaan naar de gezondheid in relatie tot de luchtsamenstelling. Een wezenlijk thema dat enigszins wringt met het energieverbruik. Het aspect gezondheid wordt belangrijker nog dan comfort en energieverbruik.”

Veiligheid, dus gezondheid, staat inderdaad voorop en is een zekerheid die je in de zorg moet bieden, zegt Raymond Nijhuis van Daikin. “De lucht die je binnenhaalt verschilt per locatie. In de Randstad bijvoorbeeld heeft de buitenlucht een hele andere samenstelling dan in andere regio’s. Maak systemen daarom meer intelligent. Er zijn al oplossingen waarbij sensoren bepalen wanneer een filter vervangen moet worden. Vandaag gebeurt het nog periodiek, maar in de praktijk ben je dan eigenlijk net te laat. Met dergelijke intelligente oplossingen breng je altijd een gemonitorde luchtkwaliteit naar binnen, ongeacht de locatie.”

Terugkomend op een duurzaam energieverbruik verwacht Raymond Nijhuis ook dat zorginstellingen in de toekomst zullen afstappen van centrale ketelhuizen en stoomturbines. “De evolutie naar meer decentraal per afdeling, per vleugel, etage of verblijfsgebied is reeds in gang gezet. Dat maakt gebouwen ook flexibeler richting de toekomst. Per verdiepingsvloer of etage is er geen verticale ontsluiting meer nodig, de kanalen zijn korter en ook dat scheelt weer in het energieverbruik.”

 

Jan-Martien Touw, manager Vastgoed & Techniek van het Amphia ziekenhuis stelt dat de kosten voor de aanschaf van highend installaties vaak wel kunnen worden gerechtvaardigd, maar dat de kosten voor het onderhoud ervan veelal niet in het budget passen.

Het is het gevolg van het feit dat in Nederland de stichtingskosten en de exploitatiekosten van een gebouw afzonderlijk worden beschouwd, meent Toine van den Boomen. “Dat betekent eigenlijk dat we altijd suboptimaal blijven bouwen. Nieuwe aanbestedingsconcepten bieden mogelijk soelaas, waarbij onderhoud gedurende een bepaalde periode onderdeel is van het contract. De initiële investering ligt dan misschien hoger, maar bekeken over de hele exploitatie is het gunstiger.” Ook Martin Pieterse kan dat bevestigen en vult aan: “Het verbaast me dat in de zorg de afdelingen ‘grote projecten’ en ‘onderhoud’ over het algemeen gescheiden werelden zijn. Overigens geldt dat voor de hele bouwsector. Vaak is het zelfs zo dat de onderhoudsafdeling nauwelijks wordt betrokken bij de aanschaf van nieuwe installaties. Veel meer samenwerking onderling is een vereiste.”

Raymond Nijhuis schetst een praktijkvoorbeeld: “Aan heel veel installaties die worden opgeleverd, kleven achteraf nog best wat kosten. In de koeltechniek bijvoorbeeld zien we dat er pas tot reparatie wordt overgegaan, als er gebreken zijn, terwijl er systemen op de markt zijn die storingen vooraf voorspellen op basis van verschillende gradaties. Een simpele vervanging van een expansieventiel van een paar tientjes voorkomt dat de compressor van een paar duizend euro kapot gaat. Bij een auto is preventief onderhoud gebruikelijk, maar bij installaties nauwelijks, terwijl het enorm veel aan onnodige kosten kan schelen.” Toine van den Boomen: “Een goed onderhoudscontract afsluiten is ook lastig. Uiteindelijk valt of staat het met de kennis van het product. En die kennis zit niet bij de zorginstelling of onderhoudspartij, maar bij de leverancier. Uiteindelijk zal de onderhoudsinstandhouding voor een belangrijk deel bij de leverancier komen te liggen, die de installaties monitort en preventief onderhoud pleegt.”

Vlnr: Raymond Nijhuis van Daikin; Martin Pieterse, Condair

De manier waarop vandaag de dag wordt aanbesteed speelt de stelling van Jan-Martien Touw wel een beetje in de kaart, zegt Raymond Nijhuis. “Bij een Europese aanbesteding is er altijd wel een partij die onder de prijs duikt. Opdrachtgevers zijn daar nu eenmaal gevoelig voor, terwijl onderhoud en kwaliteit op de lange termijn veel belangrijker zijn.” Martin Pieterse: “Dat blijft een probleem zolang je op basis van de laagste prijs blijft gunnen. Het zou beter zijn om juist die partij de opdracht te gunnen die de beste prijs/kwaliteit verhouding biedt. Dat zou veel ellende voorkomen.” Volgens Gerben Smeets van Hamster Cleaning gebeurt dat al in Duitsland. “Van de vijf aanbieders valt de goedkoopste en de duurste inschrijver bij voorbaat af. In mijn ogen inderdaad ook de meest optimale situatie.”

 

Hans Wouters, Portfoliomanager Healthcare bij Unica vraagt zich af wat de komende jaren gaat veranderen op het gebied van ventilatiesystemen in de zorg.

Zoals reeds aangehaald, het thema gezondheid wordt ontzettend belangrijk voor de zorg in de toekomst, zegt Toine van den Boomen. “Er zullen normen komen voor de kwaliteit van het binnenklimaat, ook qua fijnstof. We zijn nu heel druk met stikstof, terwijl het van ondergeschikt belang is ten opzichte van de fijnstofdeeltjes in de lucht. Daarnaast zullen er Europese normeringen komen met betrekking tot het energieverbruik van het gebouw. Vandaag is dat enkel productgerelateerd. Voor ventilatie betekent dat in feite dat er één waarde van belang is: het specifieke ventilatorvermogen in kW per m3 lucht dat je transporteert in een gebouw. Een voorbeeld: het oude Tergooi ziekenhuis met techniek van vóór 2015 zat op 4,5 kW. Het nieuwe ziekenhuis scoort 3 kW, met dank aan de Ecodesign wetgeving voor luchtbehandeling. In Denemarken gaan ze nog een stapje verder en is een project gerealiseerd met slechts 1,5 kW ventilatorvermogen. Het vraagt een andere ontsluiting van gebouwen, vanwege de geringe drukverliezen, en vraagt inderdaad om meer decentrale systemen.”

Bovenstaande is ook prima te realiseren in bestaande gebouwen, van gebouwniveau naar vloerniveau, vult Raymond Nijhuis aan. “Veel eenvoudiger dan andersom. Het kost je alleen enkele vierkante meters vloeroppervlakte. Het uitvoeren van preventief onderhoud kan dan efficiënter plaatsvinden, dankzij een snellere uitwisselbaarheid van onderdelen en plug-and-play systemen. Wetgeving zal die decentralisering stimuleren. Ik geloof ook in all electric. Het gas gaat er volledig af in zorginstellingen. Energielabels worden alleen maar strenger, in 2023 is label C de norm. Ze moeten dus ook wel. Daarna wordt doorgezet naar label A.”

Gerben Smeets verwacht ook steeds meer bewustwording dat ventilatie wel degelijk invloed kan hebben op de luchtkwaliteit, hygiëne en gezondheid. “De afgelopen jaren is het bewustzijn toegenomen dat ventilatiesysteem ook onderhouden moet worden. Zorg dat filters op tijd vervangen worden. We pleiten er bovendien voor dat ventilatiesystemen vóór oplevering van hagelnieuwe ziekenhuizen gereinigd worden. Iedereen kent de ‘bekende’ voorbeelden wel van achtergebleven boterhammen, autosleutels, enz. in de kanalen.” Martin Pieterse vult aan: “En dan ga je valideren en kloppen je gegevens niet. Dan denk je meteen aan de filters, maar wat blijkt, de kanalen zijn reeds vervuild.” Volgens Toine van den Boomen wordt er veel te makkelijk omgegaan met een oplevering. “Zijn de revisiegegevens aanwezig, is de installatie ingeregeld? Er wordt niet over nagedacht. Het moet allemaal goedkoper, dus ook daar wordt op bespaard, net als op bouwtoezicht.” Gerben Smeets: “Het advies is dan ook om tijdens de bouw alle kanalen en roosters af te plakken, zodat er geen bouw-, rest- of afvalstoffen achterblijven, eigenlijk vergelijkbaar aan de manier waarop cleanrooms wordt gebouwd.”

 

Welke impact gaat de WELL-certificering hebben op zorginstellingen, vraagt Ruud Hennep, Binnenmilieu- & Legionellaspecialist bij Kiwa Compliance.

Bij de WELL standaard staat de mens meer centraal dan bij Breeam, zegt Martin Pieterse. “We kunnen met z’n allen wel een mooi pand neerzetten dat goed scoort, maar minstens zo belangrijk is het ‘wellbeing’ van de mensen die er werken en verblijven.” Volgens Toine van den Boomen wordt door Breeam steeds meer zaken uit WELL overgenomen. “Belangrijk aspect van WELL is echter dat ook achteraf gecontroleerd wordt of zaken allemaal uitgevoerd zijn en werken zoals bedacht. En dat achteraf controleren doen ‘we’ liever niet,” lacht hij. Raymond Nijhuis: “De facilitaire afdeling krijgt er ook steeds andere werkzaamheden bij, zoals het plaatsen van insectenkastjes, vogelhuisjes, enz. Daar krijgen ze punten voor. Zo af en toe slaan we wel door. Datzelfde geldt eigenlijk voor de roep om individuele regelbaarheid van het klimaat. De vraag die je je daarbij moet stellen is of dat realistisch en relevant is in een zorginstelling met patiëntenkamers met ruimte voor drie tot vier personen.”

Toine van den Boomen: “De individuele regelbaarheid is ook weer zo’n ‘oude gedachtegang’. Het komt voort uit het feit dat mensen zich blijkbaar prettiger voelen als ze aan een knopje kunnen draaien. Bijkomend gevolg is dat het energieverbruik op jaarbasis met 20% toeneemt vanwege suboptimalisatie van de regeltechniek. Natuurlijk moet je zoneregelingen integreren en de noordgevel op een andere manier klimatiseren dan de zuidgevel, maar dat zijn fundamentele zaken. Een individuele regelbaarheid slaat door in functionaliteit.” Gerben Smeets: “Soms is het ook de perceptie van mensen dat als ze aan een knopje kunnen draaien zich anders (lees: beter) gaan voelen.” Toine van den Boomen: “Een placebothermostaat werkt inderdaad op de psyche van mensen. De mens voelt zich echter het prettigst in een gebouw waar overal hetzelfde klimaat heerst in plaats van in een gebouw met hoge luchtwisselingen en verschillende temperaturen, want dat ga je krijgen als je het aan het individu over laat. Zoals al eerder aangehaald komt er een vorm van decentralisatie, maar niet op individueel niveau. Dat gaat niet werken.”

Over WELL en Breeam gesproken, Raymond Nijhuis haalt nog een ander punt aan. “Breeam stuurt vooral op het gebruik van natuurlijke koudemiddelen en die worden beter gewaardeerd. CO2 is hartstikke mooi, maar betekent wel dat je er meer energie moet insteken omdat de efficiëntie lager is dan andere niet-natuurlijke koudemiddelen. Er vormt zich nu een hele discussie over het gebruik van koudemiddelen.” Toine van den Boomen: “Koeling is dan ook hét topic voor de komende jaren vanwege het veranderende klimaat. De bewustwording welke installaties de meeste energie verbruiken, is heel belangrijk. Omdat we steeds luchtdichter zijn gaan bouwen, hebben we nu te maken met oververhitting. Het feit dat we moeten koelen hebben we eigenlijk aan onszelf te danken.” Martin Pieterse: “We hebben altijd gedacht dat meer isolatie beter is, maar dat is niet altijd zo. Gebouwen kunnen niet meer ademen. We vergeten opnieuw soms voor wie gebouwen zijn neergezet. Inderdaad, voor de mens die erin werkt en verblijft.”

 

Tot slot merkt Hans Wouters, Portfoliomanager Healthcare bij Unica, op dat het thema luchtvochtigheid nog te weinig aandacht krijgt, terwijl het essentieel is voor het welzijn en comfort.

Martin Pieterse “Luchtvochtigheid in de gezondheidszorg vereist bijzondere aandacht. Recent onderzoek van de Yale Universiteit toont aan dat een ideale relatieve luchtvochtigheid (rond de 45%) enerzijds aanzienlijk bijdraagt aan het herstel en het behoud van de gezondheid van de patiënten en anderzijds zorgt voor een hogere productiviteit van de zorgmedewerkers. Te lage luchtvochtigheid verzwakt onze weerstand tegen griepinfecties. De huidige normeringen zeggen niets over de ideale luchtvochtigheid in een ruimte, behalve dat deze tussen de 30 en 70% moet liggen. Dat is een breed begrip, terwijl bewezen is dat het meest ideale percentage rond de 45% ligt. Als de relatieve luchtvochtigheid daalt, wordt een voedingsbodem voor ziektekiemen gecreëerd.” Toine van den Boomen kan dat bevestigen en zegt: “Het is ontzettend belangrijk om de relatieve luchtvochtigheid te monitoren. Als mensen klagen in een gebouw, is het vaak over te droge lucht, eerder nog zelfs dan te koude lucht. Het is ook het gevolg van het steeds beter isoleren en luchtdicht bouwen. In de wintermaanden haal je meer buitenlicht binnen dat door een hoge infiltratie veel drogere lucht oplevert.”

Omgekeerd is ook het geval. Toine van den Boomen: “In de zomer is juist ontvochtiging een vereiste, een onderschat probleem. Zorginstellingen die werken met bronsystemen en hoge temperatuur koelen, voelen in de zomer vaak heel bedompt aan. Niet zelden ligt de relatieve vochtigheid dan boven de 70%. Dan krijg je te maken met weer heel andere viezigheid in het gebouw.”

Concluderend kunnen we toch wel stellen dat er grote besparingen te realiseren zijn in de zorg. Raymond Nijhuis: “De grootste energiebesparingen zijn te realiseren door op vraag te regelen en per zone. Kortom, we moeten veel meer naar decentrale installaties evolueren.” Toine van den Boomen: “Op vraag regelen betekent voor ventilatie dat we naar VAV-systemen moeten gaan, variabele volumesystemen. In één van de laatste mooie nieuwe gebouwen, het Erasmus mc, is het VAV er vrolijk uit gestreept, terwijl het systeem substantieel energie bespaart. In de huidige aanbestedingsprocedures weet je nooit waar het eindigt. Uiteindelijk zullen we in de zorg evolueren naar concepten als klimaat als een service. Dan zijn wij hier aan tafel geen leveranciers meer, maar serviceproviders. Zorginstellingen kunnen vervolgens een abonnement afsluiten op een gezond binnenklimaat. Daar gaat het naar toe, maar dan zijn we wel een paar jaar verder.”