Meer geld en eigen regisseur voor technisch vmbo

Het kabinet moet dringend meer investeren in het technische vmbo; meer geld en een landelijke regisseur die tot taak heeft om het technisch vmbo weer succesvol te maken. Dat staat in de petitie die voorzitter Michaël van Straalen van MKB-Nederland in Den Haag, mede namens VNO-NCW, de technische branches en de technische platforms van het VMBO aanbiedt aan de vaste Kamercommissie voor Onderwijs.

Mede door de ontoereikende bekostiging verdwijnen steeds meer technische afdelingen op vmbo-scholen. “Het is inmiddels 5 over 12,” meent Van Straalen. In bijvoorbeeld de provincie Drenthe, maar ook in steden als Leeuwarden, Haarlem en zelfs Utrecht is het aanbod van technisch vmbo-onderwijs nu al dramatisch. Hoe kunnen we jongeren verleiden tot een technisch beroep als ze niet op fietsafstand een vmbo-opleiding in die richting kunnen volgen?”

Met de petitie slaan de ondernemersorganisaties en technische platforms alarm over de situatie in het technisch vmbo. In verschillende branches zijn al of dreigen tekorten aan technische vakmensen op mbo-niveau, zoals installateurs, elektromonteurs en verschillende functies in de bouw. En de verwachting is dat de werkgelegenheid in techniek en ICT de komende jaren alleen maar toeneemt.

De ondertekenaars van de petitie willen dat er een fonds van 2 miljoen euro wordt ingericht, waarop scholen een beroep kunnen doen voor de inrichting van goede technische profielen. Daarnaast moet de ‘gewone’ bekostiging van het technisch vmbo opnieuw worden vastgesteld op basis van goede kostenoverzichten van de diverse profielen.

De verschillende organisaties vragen in de petitie ook om een landelijk regisseur, die tot taak heeft om van het technisch vmbo weer een succes te maken. Van Straalen: “Dat kan betekenen dat in een aantal regio’s of steden weer een technisch vmbo moet worden ingericht. De regisseur moet voldoende menskracht beschikbaar hebben om dit proces te starten, te volgen en tot een goed einde te brengen. In samenspraak met mbo-scholen in de buurt en andere stakeholders.”